Actueel

Letsellab over
fiscale schade

“Het grootste discussiepunt zit in het feit dat de verzekeraar van een lage rekenrente uitgaat en dus van een lage fiscale schade. De belangenbehartiger stelt daar tegenover dat het wetsvoorstel nog helemaal niet is uitgekristalliseerd.”


Mark van Dijk

“Ik zie in al onze opdrachten dat er heel specifieke oplossingen worden gecreëerd. Het is per casus afhankelijk of er überhaupt een mogelijkheid is om bijvoorbeeld een huis aan te schaffen of een hypotheek af te lossen. Dat moet natuurlijk maar net kunnen.”


Erik-Jan Bakker

“Onduidelijkheid is voor beide partijen nooit goed. Beide partijen willen namelijk de zaak afwikkelen en hoe langer dat duurt, hoe slechter het is. Momenteel is de rekenrente heel erg laag en dat is in het voordeel van slachtoffers.”


Hans Tiemersma

Op 24 december 2021 oordeelde de Hoge Raad dat het sinds 2017 geldende stelsel van vermogensrendementsheffing (box 3) in strijd is met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Met dit zogenoemde Kerstarrest bepaalde de Hoge Raad dat de vermogensrendementsheffing niet op basis van een fictief rendement, maar op basis van het werkelijk behaalde rendement moet worden vastgesteld. Voor de vermogensrendementsheffing wordt nu een nieuwe wet voorbereid, maar de details daarvan zijn nog onduidelijk.

 

Onduidelijkheid nooit goed

De deelnemers aan de discussie kregen om te beginnen de vraag voorgelegd of het Kerstarrest in het voordeel van de verzekeraar of in het voordeel van het slachtoffer is. Volgens Christiaan Hassink is het Kerstarrest in het voordeel van de verzekeraar, waarbij hij zich baseerde op de ‘Aanbeveling rekenrente in personenschadezaken’. Mark van Dijk sloot zich aan bij Hassink, maar vanuit een andere invalshoek. “De fiscale schade is onduidelijk geworden”, zo zei hij, “en onduidelijkheid is naar mijn idee over het algemeen in het voordeel van de verzekeraars.” Hans Tiemersma zei in het midden te blijven staan. “Onduidelijkheid is voor beide partijen nooit goed”, zei hij. “Beide partijen willen namelijk de zaak afwikkelen en hoe langer dat duurt, hoe slechter het is. Momenteel is de rekenrente heel erg laag en dat is in het voordeel van slachtoffers.” Erik-Jan Bakker was het met Hans Tiemersma eens en voegde eraan toe: “De fiscale component zal niet verdwijnen, maar de vraag is natuurlijk wel hoe hard hij in een zaak terugkomt. De fiscale schade is afhankelijk van het schadeverloop in de tijd. In het ene dossier zal de fiscale schade veel lager zijn dan in het andere, afhankelijk van op welk moment in de toekomst de schade wordt begroot.”











Gepersonaliseerde oplossingen

Een stijgende rekenrente duwt de fiscale schade omhoog. Gevraagd naar oplossingen zei Christiaan Hassink: “Ga eerst naar het slachtoffer toe, voordat je gaat rekenen, om te kijken wat hij in materiële zin nodig heeft. Zoek de vergoeding in de herstelgerichte dienstverlening en pas op een later tijdstip in de financiën. Bij een jong slachtoffer ga je rekenen met een heel lange looptijd van dertig of veertig jaar. Zet je het verdienvermogen met ongeval af tegen het verdienvermogen zonder ongeval, dan zou je de schade die daaruit voortkomt kunnen inzetten om er een woning voor te kopen. Zo kun je voorkomen dat iemand de fiscale schade moet gaan afrekenen.” Is zo’n gepersonaliseerde oplossing vaak een haalbare zaak? “In veel gevallen wel”, aldus Erik-Jan Bakker. “Ik zie in al onze opdrachten dat er heel specifieke oplossingen worden gecreëerd. Het is per casus afhankelijk of er überhaupt een mogelijkheid is om bijvoorbeeld een huis aan te schaffen of een hypotheek af te lossen. Dat moet natuurlijk maar net kunnen. Maar per casus kan er wel heel creatief naar een goede oplossing worden gezocht. Bovendien laten wij in onze rapportages de bandbreedte zien: tot welk schadebeeld leidt een bepaalde oplossing, zodat partijen daar een zorgvuldige beslissing over kunnen nemen.”












Een voorbehoud maken

Een mogelijke oplossing is ook de fiscale schade in de regeling niet mee te nemen en er een voorbehoud voor te maken, maar Mark van Dijk toonde zich daar geen voorstander van. “Het is helder dat de meeste slachtoffers een eindregeling willen, maar als het te gecompliceerd is of als de standpunten te ver uit elkaar liggen, dan kun je het openhouden. Nog een oplossing is om volgens het oude systeem te werk te gaan, dus doen alsof het Kerstarrest er niet is geweest, en je kunt de zaak ook op basis van het huidige rendement doorrekenen. Dat zijn eigenlijk de verschillende smaken.” Volgens Christiaan Hassink zullen ook de verzekeraars geen voorstander van een voorbehoud zijn. “Een verzekeraars heeft natuurlijk het liefste de schades geregeld, zodat er zekerheid bestaat over de financiële verplichtingen naar het slachtoffer toe. Vanuit het oogpunt van het slachtoffer kan ik begrijpen dat hij periodiek wil afwikkelen: de eerste vijf jaar omdat er dan in principe nu geen rendement wordt gemaakt en er geen rente-inkomsten zijn, en dus geen vermogensrendementsheffing zal plaatsvinden, en dan zou je na vijf jaar verder kunnen kijken. Je zou zelfs de eerste twintig jaar kunnen afrekenen met een rendement van plus 0,5 procent.” Hans Tiemersma zei een periodieke afwikkeling voorstelbaar te vinden, “maar een voorbehoud vind ik geen goed idee, want dat is het binnenhalen van meer onzekerheid. Je neemt een voorbehoud voor wat betreft de fiscale schade, maar dan moet je ook een voorbehoud voor de rekenrente maken. En dan wordt het heel ongrijpbaar, want wat is de rekenrente over vijf jaar?”











Vermogensaanwasbelasting

Voor de vermogensheffing in box 3 wordt momenteel een nieuwe wet voorbereid. Het nieuwe systeem, voor een zogeheten vermogensaanwasbelasting, treedt naar verwachting in 2026 in werking, maar de details daarvan zijn nog onduidelijk. Deze situatie leidt tot discussies tussen verzekeraars en belangenbehartigers. Mark van Dijk: “Het grootste discussiepunt zit in het feit dat de verzekeraar van een lage rekenrente uitgaat en dus van een lage fiscale schade. De belangenbehartiger stelt daar tegenover dat het wetsvoorstel nog helemaal niet is uitgekristalliseerd. Er kunnen nog allerlei elementen aan worden toegevoegd. Straks wordt de waardestijging van het huis ook belast, de waardestijging van aandelen wordt belast, en dat zit allemaal niet in de huidige berekeningen. Daar zit de onzekerheid over de wetgeving.” Erik-Jan Bakker: “Niet zozeer de lage rente vinden wij belangrijk in het verhaal over de fiscale schade, maar wel die onzekerheid over het nieuwe stelsel. Gaat de schatkist door de aanpassing inderdaad veel minder inkomsten krijgen, dan is het helemaal niet ondenkbaar dat de regels dusdanig worden aangepast dat die inkomsten toch op een of andere manier worden aangevuld. Dat is de grootste vraag in deze discussie.” “Onzekerheid is van alle tijden”, aldus Hans Tiemersma. “In een zaak maak ik het liefste een minimumberekening en een maximumberekening, zodat het slachtoffer, de belangenbehartiger en ook de verzekeraar weten wat de randen van de berekening zijn. Met zulke min-maxberekeningen kun je iemand zo in zijn comfortzone brengen dat hij zegt: ja, hier ga ik voor.”

Niet alleen de deelnemers aan de discussie, maar ook de kijkers naar het Letsellab werd gevraagd of het Kerstarrest uiteindelijk voordelig voor de verzekeraar of voordelig voor het slachtoffer zal zijn. Vooraf gaf ongeveer een derde aan te verwachten dat het vooral voordelig voor het slachtoffer zal zijn en twee derde dacht vooral voordelig voor de verzekeraar. Achteraf vond nog slechts één kijker dat het arrest voordelig voor het slachtoffer zal uitpakken.


Donderdag 27 oktober 2022 was de eerste aflevering te zien van Letsellab, een discussie online op initiatief van Flyct Letselschade en Uitgeverij-Studiecentrum Kerckebosch. Thema van deze eerste aflevering was de fiscale schade in de letselschadebehandeling. Onder leiding van Tom van ’t Hek werd over dit onderwerp gediscussieerd door Christiaan Hassink (Raasveld Expertise), Hans Tiemersma (Sedgwick), Erik-Jan Bakker (De Bureaus) en Mark van Dijk (Flyct Letselschade).

Actueel

Letsellab 
over 
fiscale 
schade

Actueel

“Het grootste discussiepunt zit in het feit dat de verzekeraar van een lage rekenrente uitgaat en dus van een lage fiscale schade.
De belangenbehartiger stelt daar tegenover dat het wetsvoorstel nog helemaal niet is uitgekristalliseerd.”


Mark van Dijk

“Ik zie in al onze opdrachten dat er heel specifieke oplossingen worden gecreëerd. Het is per casus afhankelijk of er überhaupt een mogelijkheid is om bijvoorbeeld een huis aan te schaffen of een hypotheek af te lossen. Dat moet natuurlijk maar net kunnen.”


Erik-Jan Bakker

“Onduidelijkheid is voor beide partijen nooit goed. Beide partijen willen namelijk de zaak afwikkelen en hoe langer dat duurt, hoe slechter het is. Momenteel is de rekenrente heel erg laag en dat is in het voordeel van slachtoffers.”


Hans Tiemersma

Op 24 december 2021 oordeelde de Hoge Raad dat het sinds 2017 geldende stelsel van vermogensrendementsheffing (box 3) in strijd is met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Met dit zogenoemde Kerstarrest bepaalde de Hoge Raad dat de vermogensrendementsheffing niet op basis van een fictief rendement, maar op basis van het werkelijk behaalde rendement moet worden vastgesteld. Voor de vermogensrendementsheffing wordt nu een nieuwe wet voorbereid, maar de details daarvan zijn nog onduidelijk.

 

Onduidelijkheid nooit goed

De deelnemers aan de discussie kregen om te beginnen de vraag voorgelegd of het Kerstarrest in het voordeel van de verzekeraar of in het voordeel van het slachtoffer is. Volgens Christiaan Hassink is het Kerstarrest in het voordeel van de verzekeraar, waarbij hij zich baseerde op de ‘Aanbeveling rekenrente in personenschadezaken’. Mark van Dijk sloot zich aan bij Hassink, maar vanuit een andere invalshoek. “De fiscale schade is onduidelijk geworden”, zo zei hij, “en onduidelijkheid is naar mijn idee over het algemeen in het voordeel van de verzekeraars.” Hans Tiemersma zei in het midden te blijven staan. “Onduidelijkheid is voor beide partijen nooit goed”, zei hij. “Beide partijen willen namelijk de zaak afwikkelen en hoe langer dat duurt, hoe slechter het is. Momenteel is de rekenrente heel erg laag en dat is in het voordeel van slachtoffers.” Erik-Jan Bakker was het met Hans Tiemersma eens en voegde eraan toe: “De fiscale component zal niet verdwijnen, maar de vraag is natuurlijk wel hoe hard hij in een zaak terugkomt. De fiscale schade is afhankelijk van het schadeverloop in de tijd. In het ene dossier zal de fiscale schade veel lager zijn dan in het andere, afhankelijk van op welk moment in de toekomst de schade wordt begroot.”















Gepersonaliseerde oplossingen

Een stijgende rekenrente duwt de fiscale schade omhoog. Gevraagd naar oplossingen zei Christiaan Hassink: “Ga eerst naar het slachtoffer toe, voordat je gaat rekenen, om te kijken wat hij in materiële zin nodig heeft. Zoek de vergoeding in de herstelgerichte dienstverlening en pas op een later tijdstip in de financiën. Bij een jong slachtoffer ga je rekenen met een heel lange looptijd van dertig of veertig jaar. Zet je het verdienvermogen met ongeval af tegen het verdienvermogen zonder ongeval, dan zou je de schade die daaruit voortkomt kunnen inzetten om er een woning voor te kopen. Zo kun je voorkomen dat iemand de fiscale schade moet gaan afrekenen.” Is zo’n gepersonaliseerde oplossing vaak een haalbare zaak? “In veel gevallen wel”, aldus Erik-Jan Bakker. “Ik zie in al onze opdrachten dat er heel specifieke oplossingen worden gecreëerd. Het is per casus afhankelijk of er überhaupt een mogelijkheid is om bijvoorbeeld een huis aan te schaffen of een hypotheek af te lossen. Dat moet natuurlijk maar net kunnen. Maar per casus kan er wel heel creatief naar een goede oplossing worden gezocht. Bovendien laten wij in onze rapportages de bandbreedte zien: tot welk schadebeeld leidt een bepaalde oplossing, zodat partijen daar een zorgvuldige beslissing over kunnen nemen.”
















Een voorbehoud maken

Een mogelijke oplossing is ook de fiscale schade in de regeling niet mee te nemen en er een voorbehoud voor te maken, maar Mark van Dijk toonde zich daar geen voorstander van. “Het is helder dat de meeste slachtoffers een eindregeling willen, maar als het te gecompliceerd is of als de standpunten te ver uit elkaar liggen, dan kun je het openhouden. Nog een oplossing is om volgens het oude systeem te werk te gaan, dus doen alsof het Kerstarrest er niet is geweest, en je kunt de zaak ook op basis van het huidige rendement doorrekenen. Dat zijn eigenlijk de verschillende smaken.” Volgens Christiaan Hassink zullen ook de verzekeraars geen voorstander van een voorbehoud zijn. “Een verzekeraars heeft natuurlijk het liefste de schades geregeld, zodat er zekerheid bestaat over de financiële verplichtingen naar het slachtoffer toe. Vanuit het oogpunt van het slachtoffer kan ik begrijpen dat hij periodiek wil afwikkelen: de eerste vijf jaar omdat er dan in principe nu geen rendement wordt gemaakt en er geen rente-inkomsten zijn, en dus geen vermogensrendementsheffing zal plaatsvinden, en dan zou je na vijf jaar verder kunnen kijken. Je zou zelfs de eerste twintig jaar kunnen afrekenen met een rendement van plus 0,5 procent.” Hans Tiemersma zei een periodieke afwikkeling voorstelbaar te vinden, “maar een voorbehoud vind ik geen goed idee, want dat is het binnenhalen van meer onzekerheid. Je neemt een voorbehoud voor wat betreft de fiscale schade, maar dan moet je ook een voorbehoud voor de rekenrente maken. En dan wordt het heel ongrijpbaar, want wat is de rekenrente over vijf jaar?”















Vermogensaanwasbelasting

Voor de vermogensheffing in box 3 wordt momenteel een nieuwe wet voorbereid. Het nieuwe systeem, voor een zogeheten vermogensaanwasbelasting, treedt naar verwachting in 2026 in werking, maar de details daarvan zijn nog onduidelijk. Deze situatie leidt tot discussies tussen verzekeraars en belangenbehartigers. Mark van Dijk: “Het grootste discussiepunt zit in het feit dat de verzekeraar van een lage rekenrente uitgaat en dus van een lage fiscale schade. De belangenbehartiger stelt daar tegenover dat het wetsvoorstel nog helemaal niet is uitgekristalliseerd. Er kunnen nog allerlei elementen aan worden toegevoegd. Straks wordt de waardestijging van het huis ook belast, de waardestijging van aandelen wordt belast, en dat zit allemaal niet in de huidige berekeningen. Daar zit de onzekerheid over de wetgeving.” Erik-Jan Bakker: “Niet zozeer de lage rente vinden wij belangrijk in het verhaal over de fiscale schade, maar wel die onzekerheid over het nieuwe stelsel. Gaat de schatkist door de aanpassing inderdaad veel minder inkomsten krijgen, dan is het helemaal niet ondenkbaar dat de regels dusdanig worden aangepast dat die inkomsten toch op een of andere manier worden aangevuld. Dat is de grootste vraag in deze discussie.” “Onzekerheid is van alle tijden”, aldus Hans Tiemersma. “In een zaak maak ik het liefste een minimumberekening en een maximumberekening, zodat het slachtoffer, de belangenbehartiger en ook de verzekeraar weten wat de randen van de berekening zijn. Met zulke min-maxberekeningen kun je iemand zo in zijn comfortzone brengen dat hij zegt: ja, hier ga ik voor.”

Niet alleen de deelnemers aan de discussie, maar ook de kijkers naar het Letsellab werd gevraagd of het Kerstarrest uiteindelijk voordelig voor de verzekeraar of voordelig voor het slachtoffer zal zijn. Vooraf gaf ongeveer een derde aan te verwachten dat het vooral voordelig voor het slachtoffer zal zijn en twee derde dacht vooral voordelig voor de verzekeraar. Achteraf vond nog slechts één kijker dat het arrest voordelig voor het slachtoffer zal uitpakken.


Donderdag 27 oktober 2022 was de eerste aflevering te zien van Letsellab, een discussie online op initiatief van Flyct Letselschade en Uitgeverij-Studiecentrum Kerckebosch. Thema van deze eerste aflevering was de fiscale schade in de letselschadebehandeling. Onder leiding van Tom van ’t Hek werd over dit onderwerp gediscussieerd door Christiaan Hassink (Raasveld Expertise), Hans Tiemersma (Sedgwick), Erik-Jan Bakker (De Bureaus) en Mark van Dijk (Flyct Letselschade).

Actueel