door Claire Stalenhoef en Petra klein Gunnewiek

| advocaten bij Van Benthem & Keulen B.V.

twee uitspraken van
de Hoge Raad over
de omgang met medische gegevens
in aansprakelijkheids-
kwesties

Nader belicht:


Jurisprudentie

Kort gezegd gaat het in de prejudiciële procedure om twee vragen. Ten eerste gaat het om de vraag of medische gegevens zonder toestemming en zelfs ondanks bezwaren van de patiënt mogen worden gedeeld met de verzekeraar. Ten tweede gaat het om de vraag of een zorgaanbieder ook een inhoudelijk standpunt moet innemen over de claim als de patiënt geen toestemming heeft gegeven over het delen van medische gegevens met de verzekeraar.

Wanneer een patiënt
een zorginstelling aansprakelijk stelt voor medisch onzorgvuldig handelen, komt het in veel gevallen voor dat
(de verzekeraar van)
de zorginstelling een medisch adviseur inschakelt om op basis van het medisch dossier te beoordelen of er wel
of niet zorgvuldig is gehandeld. De bevindingen van de medisch adviseur worden neergelegd in een medisch advies en mede op basis daarvan wordt de aansprakelijkheid beoordeeld.

Jurisprudentie

Voetnoten

  • Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 11 december 2019, ECLI:NL:TGZREIN:2019:74.

  • Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 29 januari 2021, ECLI:NL:TGZCTG:2021:42.

  • Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 29 januari 2021, ECLI:NL:TGZCTG:2021:42, r.o. 4.7.

  • Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 29 januari 2021, ECLI:NL:TGZCTG:2021:42.

  • Parket bij de Hoge Raad 26 augustus 2022, ECLI:NL:PHR:2022:762.

  • Cassatie in belang der wet is een buitengewoon rechtsmiddel in handen van de procureur-generaal bij de Hoge Raad om een beslissing van de Hoge Raad te verkrijgen over een rechtsvraag die in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling moet worden beantwoord en die niet of niet tijdig via een gewoon cassatieberoep aan de Hoge Raad kan worden voorgelegd.

  • Zie bijvoorbeeld de Gedragscode Openheid Medische Incidenten: betere afwikkeling Medische Aansprakelijkheid (GOMA 2022).

  • Rechtbank Rotterdam 4 maart 2009, ECLI:NL:RBROT:2009:BI6309, JA 2009/131 m.nt. A. Wilken (X/IJsselland Ziekenhuis); Rechtbank Utrecht 17 november 2010, ECLI:NL:RBUTR:2010:BO5222, JA 2011/50 m.nt. J.P.M. Simons (X/MediRisk); Gerechtshof Den Haag 3 oktober 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:2723 (X/centramed c.s.).

  • Zie Kamerstukken II 1989/90, 21561, nr. 3 (memorie van toelichting), p 28.

  • Zie Kamerstukken II 1989/90, 21561, nr. 3 (memorie van toelichting), p 28.

  • Hoge Raad 1 december 2023, ECLI:NL:HR:2023:1670, r.o. 3.9.

  • Hoge Raad 1 december 2023, ECLI:NL:HR:2023:1670, r.o. 3.10.

  • Hoge Raad 1 december 2023, ECLI:NL:HR:2023:1670, r.o. 3.15.

  • Hoge Raad, 1 december 2023, ECLI:NL:HR:2023:1682, r.o. 3.1.

  • Het ziekenhuis heeft na de beslissing in deelgeschil de rechtbank om toestemming verzocht, en verkregen, om tussentijds hoger beroep tegen de deelgeschilbeschikking open te stellen. Het door het ziekenhuis ingestelde hoger beroep tegen de deelgeschilbeschikking is door Gerechtshof Den Haag bij arrest van 31 augustus 2021 niet-ontvankelijk verklaard, evenals het incidenteel hoger beroep van de patiënt. In deze appelprocedure gaf het hof tijdens de zitting de suggestie om prejudiciële vragen aan de Hoge Raad te stellen over deze kwestie.

  • De rechter kan de Hoge Raad een rechtsvraag stellen ter beantwoording bij wijze van prejudiciële beslissing, indien een antwoord op deze vraag nodig is om op de vordering te beslissing en rechtstreeks van belang is voor de beslechting of beëindiging van talrijke andere uit soortgelijke feiten voortvloeiende geschillen, waarin dezelfde vraag zich voordoet. Artikel 392 lid 1 (b) Rv.

  • Rechtbank Rotterdam 21 september 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:8103.

  • Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2023, ECLI:NL:PHR:2023:574.

  • Hoge Raad 1 december 2023, ECLI:NL:HR:2023:1682, r.o. 4.12.

  • Hoge Raad 1 december 2023, ECLI:NL:HR:2023:1682, r.o. 4.14.

  • Hoge Raad 1 december 2023, ECLI:NL:HR:2023:1682, r.o. 4.17.

  • Zie anders: R. Wijne, 'Inzage in de relatie met de medisch adviseur maar geen inzage in diens advies?' GZR Updates 2022. Wijne geeft aan dat de conclusie van A-G Hartlief met betrekking tot de kwestie waarbij het gaat om inzage in het medisch advies zowel applaus als verontwaardiging met zich meebrengt.  Volgens Wijne draagt de conclusie niet bij aan een groei van vertrouwen tussen beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar en patiënt.

  • KNMG-Richtlijn 'Omgaan met medische gegevens' versie januari 2024.

  • HR 1 december 2023, ECLI:NL:HR:2023:1682.

  • Centraal Tuchtcollege 13 april 2022, ECLI:NL:TGZCTG:2022:87.

  • Artikel 6 EVRM.

  • Centraal Tuchtcollege 13 april 2022, ECLI:NL:TGZCTG:2022:87.

door Claire Stalenhoef
en Petra klein Gunnewiek

| advocaten bij Van Benthem
& Keulen B.V.

twee uitspraken van de
Hoge Raad over de omgang
met medische gegevens in aansprakelijkheidskwesties

Nader belicht:


Jurisprudentie

Kort gezegd gaat het in de prejudiciële procedure om twee vragen. Ten eerste gaat het om de vraag of medische gegevens zonder toestemming en zelfs ondanks bezwaren van de patiënt mogen worden gedeeld met de verzekeraar. Ten tweede gaat het om de vraag of een zorgaanbieder ook een inhoudelijk standpunt moet innemen over de claim als de patiënt geen toestemming heeft gegeven over het delen van medische gegevens met de verzekeraar.

Wanneer een patiënt
een zorginstelling aansprakelijk stelt voor medisch onzorgvuldig handelen, komt het in veel gevallen voor dat
(de verzekeraar van)
de zorginstelling een medisch adviseur inschakelt om op basis van het medisch dossier te beoordelen of er wel
of niet zorgvuldig is gehandeld. De bevindingen van de medisch adviseur worden neergelegd in een medisch advies en mede op basis daarvan wordt de aansprakelijkheid beoordeeld.

  • Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 11 december 2019, ECLI:NL:TGZREIN:2019:74.

  • Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 29 januari 2021, ECLI:NL:TGZCTG:2021:42.

  • Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 29 januari 2021, ECLI:NL:TGZCTG:2021:42, r.o. 4.7.

  • Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 29 januari 2021, ECLI:NL:TGZCTG:2021:42.

  • Parket bij de Hoge Raad 26 augustus 2022, ECLI:NL:PHR:2022:762.

  • Cassatie in belang der wet is een buitengewoon rechtsmiddel in handen van de procureur-generaal bij de Hoge Raad om een beslissing van de Hoge Raad te verkrijgen over een rechtsvraag die in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling moet worden beantwoord en die niet of niet tijdig via een gewoon cassatieberoep aan de Hoge Raad kan worden voorgelegd.

  • Zie bijvoorbeeld de Gedragscode Openheid Medische Incidenten: betere afwikkeling Medische Aansprakelijkheid (GOMA 2022).

  • Rechtbank Rotterdam 4 maart 2009, ECLI:NL:RBROT:2009:BI6309, JA 2009/131 m.nt. A. Wilken (X/IJsselland Ziekenhuis); Rechtbank Utrecht 17 november 2010, ECLI:NL:RBUTR:2010:BO5222, JA 2011/50 m.nt. J.P.M. Simons (X/MediRisk); Gerechtshof Den Haag 3 oktober 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:2723 (X/centramed c.s.).

  • Zie Kamerstukken II 1989/90, 21561, nr. 3 (memorie van toelichting), p 28.

  • Zie Kamerstukken II 1989/90, 21561, nr. 3 (memorie van toelichting), p 28.

  • Hoge Raad 1 december 2023, ECLI:NL:HR:2023:1670, r.o. 3.9.

  • Hoge Raad 1 december 2023, ECLI:NL:HR:2023:1670, r.o. 3.10.

  • Hoge Raad 1 december 2023, ECLI:NL:HR:2023:1670, r.o. 3.15.

  • Hoge Raad, 1 december 2023, ECLI:NL:HR:2023:1682, r.o. 3.1.

  • Het ziekenhuis heeft na de beslissing in deelgeschil de rechtbank om toestemming verzocht, en verkregen, om tussentijds hoger beroep tegen de deelgeschilbeschikking open te stellen. Het door het ziekenhuis ingestelde hoger beroep tegen de deelgeschilbeschikking is door Gerechtshof Den Haag bij arrest van 31 augustus 2021 niet-ontvankelijk verklaard, evenals het incidenteel hoger beroep van de patiënt. In deze appelprocedure gaf het hof tijdens de zitting de suggestie om prejudiciële vragen aan de Hoge Raad te stellen over deze kwestie.

  • De rechter kan de Hoge Raad een rechtsvraag stellen ter beantwoording bij wijze van prejudiciële beslissing, indien een antwoord op deze vraag nodig is om op de vordering te beslissing en rechtstreeks van belang is voor de beslechting of beëindiging van talrijke andere uit soortgelijke feiten voortvloeiende geschillen, waarin dezelfde vraag zich voordoet. Artikel 392 lid 1 (b) Rv.

  • Rechtbank Rotterdam 21 september 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:8103.

  • Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2023, ECLI:NL:PHR:2023:574.

  • Hoge Raad 1 december 2023, ECLI:NL:HR:2023:1682, r.o. 4.12.

  • Hoge Raad 1 december 2023, ECLI:NL:HR:2023:1682, r.o. 4.14.

  • Hoge Raad 1 december 2023, ECLI:NL:HR:2023:1682, r.o. 4.17.

  • Zie anders: R. Wijne, 'Inzage in de relatie met de medisch adviseur maar geen inzage in diens advies?' GZR Updates 2022. Wijne geeft aan dat de conclusie van A-G Hartlief met betrekking tot de kwestie waarbij het gaat om inzage in het medisch advies zowel applaus als verontwaardiging met zich meebrengt.  Volgens Wijne draagt de conclusie niet bij aan een groei van vertrouwen tussen beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar en patiënt.

  • KNMG-Richtlijn 'Omgaan met medische gegevens' versie januari 2024.

  • HR 1 december 2023, ECLI:NL:HR:2023:1682.

  • Centraal Tuchtcollege 13 april 2022, ECLI:NL:TGZCTG:2022:87.

  • Artikel 6 EVRM.

  • Centraal Tuchtcollege 13 april 2022, ECLI:NL:TGZCTG:2022:87.

Voetnoten