Column
door Petra Oskam
| advocaat bij Kennedy Van der Laan
tussen digitalisering
en professionalisering
2022
juni nummer –
eerste
online magazine
2021
juni nummer –
laatste gedrukte
versie
2020
december nummer
(na re-design)
2019
december nummer
nieuwe huisstijl
2018
juni nummer
oude huisstijl
1998
“0-nummer”
op Cd-rom
Als we iets leren van die oude PIV Bulletins, dan is het wel dat technologie zich in een duizelingwekkend tempo ontwikkelt, terwijl de kern van het vak opvallend constant blijft.
Sinds de verschijning van deze eerste PIV Bulletins heeft de letselschadebranche een professionaliseringsslag gemaakt.
Destijds had slechts 76 procent van de verzekeraars de beschikking over internet, dan wel zou dit “op korte termijn” worden gerealiseerd.
terug
Voor het schrijven van deze column dook ik in een klein archiefstukje nostalgie: de allereerste edities van het PIV Bulletin uit 1998. En wie denkt dat dertig jaar niet zoveel is, heeft duidelijk nooit een oud bulletin opengeslagen. Want wat blijkt? In bijna drie decennia is er nogal wat veranderd.
In de eerste editie van het PIV Bulletin - het “0-nummer” genoemd, omdat er nog geen officiële redactie was - werd gesproken over het ontwikkelen van een “PIV Kennissysteem”. Om te onderzoeken of er voldoende draagvlak zou zijn voor het ontwikkelen van een PIV Kennissysteem werd een - naar ik aanneem per post verzonden en papieren - enquête onder verzekeraars gehouden waarin onder meer de vraag werd gesteld of er binnen de betreffende verzekeringsmaatschappij internet aanwezig was. Tegenwoordig is niet meer voor te stellen dat een bedrijf niet over internet beschikt, maar destijds had slechts 76 procent van de verzekeraars de beschikking over internet, dan wel zou dit “op korte termijn” worden gerealiseerd. Nog meer nostalgie roept één van de andere enquêtevragen op, namelijk de vraag of de betreffende verzekeraar beschikte “over een Cd-rom aansluiting”. Maar liefst 97 procent van de aan de enquête deelnemende verzekeraars kon die vraag bevestigend beantwoorden. Een heel enkele keer krijg ik nog weleens een Cd-rom toegezonden met medische informatie, die dan vervolgens enkel via de IT-servicedesk geopend kan worden omdat niemand meer over een Cd-rom aansluiting beschikt, en als dat wel het geval is daarin niet zomaar Cd-roms ‘van buitenaf’ kan en mag openen.
Met deze toch in vergelijking met de huidige tijd zeer beperkte digitalisering in 1998 liep het toenmalige Personenschade Instituut van Verzekeraars met het ontwikkelen van een PIV Kennissysteem eigenlijk ver voorop. Het is bijna aandoenlijk om terug te lezen over het organiseren van een ‘gebruikersmiddag’ in september 1998. Op uitnodiging van het PIV kwamen zo’n 75 toekomstige gebruikers van de “pilot” Cd-rom en de PIV Infosite bij elkaar in het Verbondsgebouw. Daar werd de Cd-rom met de naam “PAV” geïntroduceerd, die rond 1 januari 1999 op de markt zou komen en waarmee alle kennis op het gebied van Personenschade, Aansprakelijkheid en Verzekering – inderdaad: PAV! – zou worden ontsloten.
Dit korte uitstapje naar 1998 maakt duidelijk wat er in de voorbije jaren allemaal is veranderd. Het PIV Kennissysteem is uiteindelijk doorontwikkeld naar de huidige website van het Platform Personenschade, waarop een database met onder andere jurisprudentie op het gebied van personenschade is te vinden. Of de “PAV” Cd-rom succesvol is geweest weet ik niet; ik had er in ieder geval nog niet eerder van gehoord.
Wat digitalisering betreft zijn de tijden dus écht veranderd, maar hoe zit het met de onderwerpen die in die eerste periode in het PIV Bulletin aan de orde kwamen? Op dat vlak is er sprake van opvallend veel herkenning. Zo werd in het “0-nummer” door Theo Kremer ingegaan op de Geschillencommissie Declaraties van de LSA. Ook destijds al leidde de beoordeling van de dubbele redelijkheid van buitengerechtelijke kosten al tot de nodige discussie. In de afgelopen dertig jaar is op verschillende manieren geprobeerd deze discussie overzichtelijker te maken, bijvoorbeeld met de introductie van de PIV-Staffel (nu: BKB (Buitengerechtelijke Kosten Belangenbehartigers) -Regeling) en de Werkafspraken tussen LSA-leden en een aantal verzekeraars. Voorts wordt in de branche getracht om misstanden met buitengerechtelijke kosten te voorkomen, bijvoorbeeld met de in de reglementen van het Nationaal Keurmerk Letselschade opgenomen regel dat de aansprakelijke partij de schadevergoeding rechtstreeks aan de benadeelde betaalt en dat het de keurmerkhouder niet is toegestaan zijn beloning te verrekenen met andere schadeposten in de letselschadezaak.
Iets anders dat opvalt is de aandacht die er ook destijds al was voor opleidingen op het gebied van personenschade. Het specialisme stond vergeleken met nu nog enigszins in de kinderschoenen: de Vereniging van Letselschade Advocaten LSA was in 1989 opgericht, en in 1998 kwam niet alleen het eerste PIV Bulletin, maar ook de eerste editie van het Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade (TVP) uit. In de derde editie van het PIV Bulletin kwam het aan de Rijksuniversiteit Groningen gelieerde initiatief “Mount Everest” aan bod; een op de letselschadebranche toegespitste opleiding via welke verzekeraars ook personeel konden werven.
Sinds de verschijning van deze eerste PIV Bulletins heeft de letselschadebranche een professionaliseringsslag gemaakt. Daarbij kan gedacht worden aan de totstandkoming van zelfregulering zoals de Gedragscode Behandeling Letselschade (GBL) en de bijbehorende Medische paragraaf en voorts aan de kwaliteitseisen die verenigingen en organisaties zoals de Vereniging van Letselschade Advocaten (LSA), het Verbond van Verzekeraars, de Vereniging van Advocaten van Slachtoffers Personenschade (ASP), de Stichting Nederlands Instituut Van Register Experts (NIVRE) en het Nationaal Keurmerk Letselschade (NKL) aan hun leden / ingeschrevenen stellen. Deze ontwikkelingen leiden tot een verbetering van kwaliteit en tot controle en toezicht op belangenbehartiging in personenschadezaken. De laatste paar jaar is er in toenemende mate aandacht voor ‘ongereguleerde belangenbehartigers’; belangenbehartigers die zich niet aan kwaliteitseisen en zelfregulering committeren en niet aan enig toezicht of controle zijn onderworpen. Een deel van deze ongeorganiseerde ongereguleerde belangenbehartigers maakt zich schuldig aan kwalijke praktijken. De meest in het oog springende voorbeelden hiervan zijn fraude en misstanden met betrekking tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten. Recente uitspraken maken duidelijk dat kwalijke praktijken niet onbestraft blijven en dat de branche zichzelf - met hulp van de rechter – de professionaliseringsslag nog verder beoogt voort te zetten. Te wijzen valt op het arrest van het Hof Arnhem-Leeuwarden van 15 oktober 2024 in een discussie tussen Columbus en Unigarant (ECLI:NL:GHARL:2024:6313), het arrest van het Hof Den Haag in de zaak tussen Columbus en Allianz (Hof Den Haag 16 september 2024, ECLI:NL:GHDHA:2025:1778), de uitspraak in een discussie tussen een belangenbehartigerskantoor en het NIVRE (Rb. Rotterdam 9 juli 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:10757) en de uitspraak in de zaak tussen Nationale-Nederlanden en datzelfde kantoor (Rb. Den Haag 20 november 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:26997).
En daarmee beland ik vanzelf bij een vooruitblik. Als we iets leren van die oude PIV Bulletins, dan is het wel dat technologie zich in een duizelingwekkend tempo ontwikkelt, terwijl de kern van het vak opvallend constant blijft. Digitalisering volgt elkaar in steeds snellere golven op: van Cd-rom naar website, van databank naar platform, en inmiddels naar AI-ondersteunde systemen en vergaande data-analyse. Tegelijkertijd nemen de eisen die aan de branche worden gesteld alleen maar toe. Privacyregelgeving wordt strenger, transparantie wordt nadrukkelijker verlangd en kwaliteitsbewaking is niet langer een ambitie, maar een noodzakelijke voorwaarde om vertrouwen te behouden - zowel binnen de branche als daarbuiten.
Misschien kijken we over dertig jaar met dezelfde milde verbazing terug op onze huidige systemen als waarmee we nu terugdenken aan de Cd-rom en de ‘gebruikersmiddag’ van 1998. Maar waar technologische hulpmiddelen komen en gaan, geldt dat niet voor de noodzaak van vakmanschap, zorgvuldigheid en integriteit. Als de letselschadebranche erin slaagt te blijven investeren in professionalisering, zelfregulering en het effectief aanpakken van misstanden, dan is dat geen tijdelijke trend maar een structurele vooruitgang. Juist dát is een ontwikkeling die de tand des tijds niet alleen doorstaat, maar die ook de basis vormt voor een toekomstbestendige en geloofwaardige belangenbehartiging.
tussen digitalisering
en professionalisering
naar AI
door Petra Oskam
| advocaat bij Kennedy Van der Laan
Column
2026
laatste online
nummer
2022
juni nummer –
eerste
online magazine
2021
juni nummer –
laatste gedrukte
versie
2020
december nummer
(na re-design)
2018
juni nummer
oude huisstijl
2019
december nummer
nieuwe huisstijl
Tijdlijn
1998
“0-nummer”
op Cd-rom
Op het vlak van onderwerpen is er sprake van opvallend veel herkenning. Zo werd in het “0-nummer” ingegaan op de Geschillencommissie Declaraties van de LSA. Ook destijds al leidde de beoordeling van de dubbele redelijkheid van buitengerechtelijke kosten al tot de nodige discussie.
Als we iets leren van die oude PIV Bulletins, dan is het wel dat technologie zich in een duizelingwekkend tempo ontwikkelt, terwijl de kern van het vak opvallend constant blijft.
terug
Destijds had slechts 76 procent van de verzekeraars de beschikking over internet, dan wel zou dit “op korte termijn” worden gerealiseerd.
Voor het schrijven van deze column dook ik in een klein archiefstukje nostalgie: de allereerste edities van het PIV Bulletin uit 1998. En wie denkt dat dertig jaar niet zoveel is, heeft duidelijk nooit een oud bulletin opengeslagen. Want wat blijkt? In bijna drie decennia is er nogal wat veranderd.
In de eerste editie van het PIV Bulletin - het “0-nummer” genoemd, omdat er nog geen officiële redactie was - werd gesproken over het ontwikkelen van een “PIV Kennissysteem”. Om te onderzoeken of er voldoende draagvlak zou zijn voor het ontwikkelen van een PIV Kennissysteem werd een - naar ik aanneem per post verzonden en papieren - enquête onder verzekeraars gehouden waarin onder meer de vraag werd gesteld of er binnen de betreffende verzekeringsmaatschappij internet aanwezig was. Tegenwoordig is niet meer voor te stellen dat een bedrijf niet over internet beschikt, maar destijds had slechts 76 procent van de verzekeraars de beschikking over internet, dan wel zou dit “op korte termijn” worden gerealiseerd. Nog meer nostalgie roept één van de andere enquêtevragen op, namelijk de vraag of de betreffende verzekeraar beschikte “over een Cd-rom aansluiting”. Maar liefst 97 procent van de aan de enquête deelnemende verzekeraars kon die vraag bevestigend beantwoorden. Een heel enkele keer krijg ik nog weleens een Cd-rom toegezonden met medische informatie, die dan vervolgens enkel via de IT-servicedesk geopend kan worden omdat niemand meer over een Cd-rom aansluiting beschikt, en als dat wel het geval is daarin niet zomaar Cd-roms ‘van buitenaf’ kan en mag openen.
Met deze toch in vergelijking met de huidige tijd zeer beperkte digitalisering in 1998 liep het toenmalige Personenschade Instituut van Verzekeraars met het ontwikkelen van een PIV Kennissysteem eigenlijk ver voorop. Het is bijna aandoenlijk om terug te lezen over het organiseren van een ‘gebruikersmiddag’ in september 1998. Op uitnodiging van het PIV kwamen zo’n 75 toekomstige gebruikers van de “pilot” Cd-rom en de PIV Infosite bij elkaar in het Verbondsgebouw. Daar werd de Cd-rom met de naam “PAV” geïntroduceerd, die rond 1 januari 1999 op de markt zou komen en waarmee alle kennis op het gebied van Personenschade, Aansprakelijkheid en Verzekering – inderdaad: PAV! – zou worden ontsloten.
Dit korte uitstapje naar 1998 maakt duidelijk wat er in de voorbije jaren allemaal is veranderd. Het PIV Kennissysteem is uiteindelijk doorontwikkeld naar de huidige website van het Platform Personenschade, waarop een database met onder andere jurisprudentie op het gebied van personenschade is te vinden. Of de “PAV” Cd-rom succesvol is geweest weet ik niet; ik had er in ieder geval nog niet eerder van gehoord.
Wat digitalisering betreft zijn de tijden dus écht veranderd, maar hoe zit het met de onderwerpen die in die eerste periode in het PIV Bulletin aan de orde kwamen? Op dat vlak is er sprake van opvallend veel herkenning. Zo werd in het “0-nummer” door Theo Kremer ingegaan op de Geschillencommissie Declaraties van de LSA. Ook destijds al leidde de beoordeling van de dubbele redelijkheid van buitengerechtelijke kosten al tot de nodige discussie. In de afgelopen dertig jaar is op verschillende manieren geprobeerd deze discussie overzichtelijker te maken, bijvoorbeeld met de introductie van de PIV-Staffel (nu: BKB (Buitengerechtelijke Kosten Belangenbehartigers) -Regeling) en de Werkafspraken tussen LSA-leden en een aantal verzekeraars. Voorts wordt in de branche getracht om misstanden met buitengerechtelijke kosten te voorkomen, bijvoorbeeld met de in de reglementen van het Nationaal Keurmerk Letselschade opgenomen regel dat de aansprakelijke partij de schadevergoeding rechtstreeks aan de benadeelde betaalt en dat het de keurmerkhouder niet is toegestaan zijn beloning te verrekenen met andere schadeposten in de letselschadezaak.
Iets anders dat opvalt is de aandacht die er ook destijds al was voor opleidingen op het gebied van personenschade. Het specialisme stond vergeleken met nu nog enigszins in de kinderschoenen: de Vereniging van Letselschade Advocaten LSA was in 1989 opgericht, en in 1998 kwam niet alleen het eerste PIV Bulletin, maar ook de eerste editie van het Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade (TVP) uit. In de derde editie van het PIV Bulletin kwam het aan de Rijksuniversiteit Groningen gelieerde initiatief “Mount Everest” aan bod; een op de letselschadebranche toegespitste opleiding via welke verzekeraars ook personeel konden werven.
Sinds de verschijning van deze eerste PIV Bulletins heeft de letselschadebranche een professionaliseringsslag gemaakt. Daarbij kan gedacht worden aan de totstandkoming van zelfregulering zoals de Gedragscode Behandeling Letselschade (GBL) en de bijbehorende Medische paragraaf en voorts aan de kwaliteitseisen die verenigingen en organisaties zoals de Vereniging van Letselschade Advocaten (LSA), het Verbond van Verzekeraars, de Vereniging van Advocaten van Slachtoffers Personenschade (ASP), de Stichting Nederlands Instituut Van Register Experts (NIVRE) en het Nationaal Keurmerk Letselschade (NKL) aan hun leden / ingeschrevenen stellen. Deze ontwikkelingen leiden tot een verbetering van kwaliteit en tot controle en toezicht op belangenbehartiging in personenschadezaken. De laatste paar jaar is er in toenemende mate aandacht voor ‘ongereguleerde belangenbehartigers’; belangenbehartigers die zich niet aan kwaliteitseisen en zelfregulering committeren en niet aan enig toezicht of controle zijn onderworpen. Een deel van deze ongeorganiseerde ongereguleerde belangenbehartigers maakt zich schuldig aan kwalijke praktijken. De meest in het oog springende voorbeelden hiervan zijn fraude en misstanden met betrekking tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten. Recente uitspraken maken duidelijk dat kwalijke praktijken niet onbestraft blijven en dat de branche zichzelf - met hulp van de rechter – de professionaliseringsslag nog verder beoogt voort te zetten. Te wijzen valt op het arrest van het Hof Arnhem-Leeuwarden van 15 oktober 2024 in een discussie tussen Columbus en Unigarant (ECLI:NL:GHARL:2024:6313), het arrest van het Hof Den Haag in de zaak tussen Columbus en Allianz (Hof Den Haag 16 september 2024, ECLI:NL:GHDHA:2025:1778), de uitspraak in een discussie tussen een belangenbehartigerskantoor en het NIVRE (Rb. Rotterdam 9 juli 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:10757) en de uitspraak in de zaak tussen Nationale-Nederlanden en datzelfde kantoor (Rb. Den Haag 20 november 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:26997).
En daarmee beland ik vanzelf bij een vooruitblik. Als we iets leren van die oude PIV Bulletins, dan is het wel dat technologie zich in een duizelingwekkend tempo ontwikkelt, terwijl de kern van het vak opvallend constant blijft. Digitalisering volgt elkaar in steeds snellere golven op: van Cd-rom naar website, van databank naar platform, en inmiddels naar AI-ondersteunde systemen en vergaande data-analyse. Tegelijkertijd nemen de eisen die aan de branche worden gesteld alleen maar toe. Privacyregelgeving wordt strenger, transparantie wordt nadrukkelijker verlangd en kwaliteitsbewaking is niet langer een ambitie, maar een noodzakelijke voorwaarde om vertrouwen te behouden - zowel binnen de branche als daarbuiten.
Misschien kijken we over dertig jaar met dezelfde milde verbazing terug op onze huidige systemen als waarmee we nu terugdenken aan de Cd-rom en de ‘gebruikersmiddag’ van 1998. Maar waar technologische hulpmiddelen komen en gaan, geldt dat niet voor de noodzaak van vakmanschap, zorgvuldigheid en integriteit. Als de letselschadebranche erin slaagt te blijven investeren in professionalisering, zelfregulering en het effectief aanpakken van misstanden, dan is dat geen tijdelijke trend maar een structurele vooruitgang. Juist dát is een ontwikkeling die de tand des tijds niet alleen doorstaat, maar die ook de basis vormt voor een toekomstbestendige en geloofwaardige belangenbehartiging.