door Harry Blok | advocaat bij BVD advocaten

Paarden,
dierenartsen
en schade:



Jurisprudentie

Voor de gevallen waarin de dierenarts op het gedrag van een dier even veel (of beter: even weinig) invloed kon uitoefenen als de bezitter én hij wel de gebruikelijke of noodzakelijke voorzorgsmaatregelen heeft genomen ter bescherming van zijn eigen veiligheid, die
van de bezitter en eventuele omstanders, zou naar mijn mening de aansprakelijkheid van
de bezitter nog steeds
het uitgangspunt
moeten zijn.

Het hof oordeelt dat die aansprakelijkheid de ‘tegenhanger’ vormt van het profijt dat met het bezit, gebruik of vervoer van dergelijke objecten valt te behalen. Dat
profijt levert risico’s
op die tot uitdrukking komen in de kosten
die in rekening kunnen worden gebracht om
te voorkomen dat
die risico’s zich verwezenlijken of de gevolgen daarvan op anderen – de eigen
first party-verzekeraar –
af te wentelen.

Vanwege het feit dat financiële belangen bij een dergelijke keuring niet zelden omvangrijk zijn, wordt het steeds gebruikelijker dat opdrachtgevers of belanghebbenden de gehele keuring door middel van video-opnamen vastleggen.

Jurisprudentie

Voetnoten

  • Met dank aan voormalig kantoorgenoot mr. P.W. (Paul) Blok die overigens geen familielid is.

  • Hof Arnhem-Leeuwarden 26 april 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:3241, JA 2022/102

  • A. Kolder, Aansprakelijkheid van de bedrijfsmatig gebruiker, diss. RUG, Recht en Praktijk CA 18, Deventer, Wolters Kluwer, 2018.

  • Rechtbank Gelderland 1 april 2020, ECLI:NL:RBGEL:2020:2369, JA 2020/92.

  • M. Sloet van Oldruitenborgh-Oosterbaan, A. Barneveld en A.J. van den Belt, De veterinaire keuring van het paard, Leeuwarden, Uitgeverij Libre, 3e druk, 2007.

  • Rechtbank Rotterdam  23 mei 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:3886, / Rechtbank Limburg

  • Veterinair Tuchtcollege 28 januari 2013, ECLI:NL:TDIVTC:2013:LYF0487.

  • Parl. Gesch. BW Boek 6, 1981, p. 747.

  • HR 1 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP1475, NJ 2011/405.

  • Tweede Kamer, 1990-1991, 21202, nr. 6, p. 2-3.

  • Zie recent Rechtbank Gelderland 10 maart 2021, ECLI:NL:RBGEL:2021:1104.

  • Zie, met trieste uitkomst, HR 6 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1736, JA 2021/18.

  • Parlementaire Geschiedenis boek 6, p. 765.

door Harry Blok
| advocaat bij BVD advocaten

Paarden, dierenartsen
en schade:



Jurisprudentie

Het hof oordeelt dat die aansprakelijkheid de ‘tegenhanger’ vormt van het profijt dat met het bezit, gebruik of vervoer van dergelijke objecten valt te behalen. Dat
profijt levert risico’s
op die tot uitdrukking komen in de kosten
die in rekening kunnen worden gebracht om
te voorkomen dat
die risico’s zich verwezenlijken of de gevolgen daarvan op anderen – de eigen
first party-verzekeraar –
af te wentelen.

Voor de gevallen waarin de dierenarts op het gedrag van een dier even veel (of beter: even weinig) invloed kon uitoefenen als de bezitter én hij wel de gebruikelijke of noodzakelijke voorzorgsmaatregelen heeft genomen ter bescherming van zijn eigen veiligheid, die
van de bezitter en eventuele omstanders, zou naar mijn mening de aansprakelijkheid van
de bezitter nog steeds
het uitgangspunt
moeten zijn.

Vanwege het feit dat financiële belangen bij een dergelijke keuring niet zelden omvangrijk zijn, wordt het steeds gebruikelijker dat opdrachtgevers of belanghebbenden de gehele keuring door middel van video-opnamen vastleggen.

  • Met dank aan voormalig kantoorgenoot mr. P.W. (Paul) Blok die overigens geen familielid is.

  • Hof Arnhem-Leeuwarden 26 april 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:3241, JA 2022/102

  • A. Kolder, Aansprakelijkheid van de bedrijfsmatig gebruiker, diss. RUG, Recht en Praktijk CA 18, Deventer, Wolters Kluwer, 2018.

  • Rechtbank Gelderland 1 april 2020, ECLI:NL:RBGEL:2020:2369, JA 2020/92.

  • M. Sloet van Oldruitenborgh-Oosterbaan, A. Barneveld en A.J. van den Belt, De veterinaire keuring van het paard, Leeuwarden, Uitgeverij Libre, 3e druk, 2007.

  • Rechtbank Rotterdam  23 mei 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:3886, / Rechtbank Limburg

  • Veterinair Tuchtcollege 28 januari 2013, ECLI:NL:TDIVTC:2013:LYF0487.

  • Parl. Gesch. BW Boek 6, 1981, p. 747.

  • HR 1 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP1475, NJ 2011/405.

  • Tweede Kamer, 1990-1991, 21202, nr. 6, p. 2-3.

  • Zie recent Rechtbank Gelderland 10 maart 2021, ECLI:NL:RBGEL:2021:1104.

  • Zie, met trieste uitkomst, HR 6 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1736, JA 2021/18.

  • Parlementaire Geschiedenis boek 6, p. 765.

Voetnoten